‘We zijn de buitenboordmotor van de provincie’
Voor een kennismakingsgesprek met de nieuwe directeur van Groen Ontwikkelfonds Brabant maken we een stevige wandeling over De Groote Heide, tussen Heeze en Geldrop, haar woonplaats. Het Kempische landschap – naaldbos, heide en vennen – vormt het decor voor een gesprek over verantwoordelijkheid, uitvoeringskracht en beweging.
Wat is jouw favoriete natuur?
“Het strand. Ik kom uit Zeeland, dus dat zit er diep in. Ver kijken, veel zien. Duinlandschappen waar je ziet hoe bomen door de wind helemaal één kant op zijn gegroeid. Dat ruige landschap, met om elke hoek weer een ander uitzicht: dat vind ik fantastisch.”
Vandaag is je eerste dag als directeur. Stond dat al langer op je verlanglijstje?
“Niet om de titel, maar wel om ergens verantwoordelijk voor te zijn en richting te kunnen geven. Dat wilde ik altijd graag een keer. Het is makkelijk om naar ‘de baas’ te kijken en te denken: ik weet het beter. Maar als je het zelf bent, dan sta je er ook voor. Dan mag je het laten zien.
Naast mijn werk bij de gemeente Eindhoven en later bij BPD heb ik altijd toezichthoudende functies gehad. Dat deed ik bewust, omdat ik het verrijkend vind om ook bij andere organisaties binnen te kijken. Hoe verschillend die organisaties ook zijn, steeds draait het om dezelfde vraag: waartoe zijn we eigenlijk op aarde als organisatie, en hoe halen we het maximale uit de middelen die we hebben, gegeven onze opdracht? Dat vind ik een mooie sport, vooral bij maatschappelijke organisaties.”
Zie jij jezelf meer als strateeg of als hands-on manager?
“Eigenlijk allebei. Alleen maar nadenken en plannen maken is niet genoeg. Pas in de uitvoering weet je of het ook echt werkt: als we vandaag een keuze maken, gebeurt er morgen dan daadwerkelijk iets anders?
Je kunt hele mooie, grootse en meeslepende visies hebben, maar als mensen er niks mee kunnen of zich er niet in herkennen, dan gebeurt er ook niks. Culture eats strategy for breakfast, dat heb ik vaak genoeg meegemaakt.”
Je hebt verschillende functies gehad in de stedelijke gebiedsontwikkeling. Wat is de rode draad in je loopbaan?
“Dingen voor elkaar krijgen. Beweging op gang brengen. In het begin van mijn carrière zocht ik dat vooral in slimme plannen bedenken. Ik heb filosofie gestudeerd, dus dat verlangen om oplossingen te bedenken voor grote problemen zat daar zeker in.
Gaandeweg heb ik geleerd dat je een plan alleen voor elkaar krijgt als het ook gedragen wordt door mensen. Soms zitten oplossingen niet in grote, meeslepende veranderingen, maar juist in heel veel kleine stappen. En als die bij elkaar komen, ontstaat er beweging van onderop. Mijn werk is daardoor steeds meer verschoven van plannen bedenken naar allianties smeden en beweging organiseren.”
Er zit heel veel beweging in de stedelijke gebiedsontwikkeling. Toch kies je nu voor natuur. Waarom?
“Maatschappelijke opgaven die zichzelf niet oplossen, daar ga ik van aan. Woningbouw is maatschappelijk ontzettend relevant, maar ik word nog warmer van dingen die zichzelf niet kunnen bedruipen. Bij natuur zit geen vanzelfsprekend verdienmodel, zoals bij woningbouw wel het geval is.
Natuur realiseert zichzelf niet. Er staan geen grote bedrijven op die zich daar hard voor maken. Dat vraagt om iets anders.”
Dat raakt aan je artikel ‘Grond aan de samenleving’, dat je een paar jaar geleden hebt gepubliceerd.
“De kern van dat betoog is dat het eigendomsrecht in onze samenleving heel sterk verankerd is. We vinden het normaal dat waardestijging van grond, door omstandigheden waar ze zelf niets voor hebben gedaan, volledig bij de eigenaren terechtkomt.
Ik stel daar vragen bij. Stel: je hebt een perceel waar een paar pony’s op staan. Door een wijziging van het bestemmingsplan mag je daar ineens een torenflat bouwen. Dan wordt die grond miljoenen waard. Zijn die miljoenen dan van jou? Of zijn ze eigenlijk van de samenleving, die die waardestijging mogelijk heeft gemaakt?
Daar gaat dat artikel over: de verhouding tussen eigendom, verantwoordelijkheid en maatschappelijke waarde.”
Als je dat doortrekt naar je nieuwe rol als directeur van Groen Ontwikkelfonds Brabant: moeten boeren zich zorgen maken?
“Nee. Voor veel boeren staat het verdienmodel enorm onder druk, dat begrijp ik heel goed. Mijn ouders zijn zelf opgegroeid op een boerderij. Toen ik mijn vader belde en vertelde dat ik directeur werd, zei hij meteen: ‘Ga je grond van boeren aftroggelen om er natuur van te maken?’ Dat beeld leeft.
‘Voor veel boeren staat het verdienmodel enorm onder druk, dat begrijp ik heel goed’
Wat je nu ziet, is dat landbouwgrond enorm in waarde is gestegen, vooral door de extensiveringsopgave. Agrariërs zoeken individueel naar extra grond om aan de regels te voldoen. Iedereen probeert zijn eigen oplossing te vinden, terwijl regels steeds meer als belemmerend worden ervaren. Dat gebrek aan landelijke regie vind ik een groot probleem.
Boeren maken zich zorgen en laten dat ook merken. Ik heb soms moeite met de manier waarop dat gebeurt, maar de zorg erachter begrijp ik wel. Tegelijkertijd is duidelijk dat het huidige landbouwsysteem niet houdbaar is. Er is te veel stikstof en de natuur gaat achteruit. Daar moeten we iets aan doen.”
Welke rol kan Groen Ontwikkelfonds Brabant daarin spelen?
“Het fonds is ooit geïnitieerd door partijen uit het veld zelf, waaronder ook de landbouw, in de tijd dat Bleeker een streep zette door de landelijke Ecologische Hoofdstructuur. Terwijl in andere provincies natuur werd geschrapt, is in Brabant de volledige opgave overeind gebleven. En daar wordt nog steeds aan gewerkt.
Wij zijn een uitvoeringsorganisatie. Een middel om op vrijwillige basis beweging op gang te krijgen, geen doel op zich. Onze kracht zit in doen.”
De aanstelling van een nieuwe directeur is ook een moment om te kijken of de piketpaaltjes nog goed staan. Welke opdracht heb je van het bestuur meegekregen?
“De gesprekken gingen nadrukkelijk over de toekomst van Groen Ontwikkelfonds Brabant. Het fonds kent een einddatum, die recent is verlengd. De vraag is: ronden we netjes af, of ligt er een opdracht voor de toekomst?
Groen Ontwikkelfonds Brabant heeft laten zien dat het uitvoeringskracht heeft en dingen voor elkaar krijgt. Ik zie ons als de buitenboordmotor van de Provincie, die veel meer een beleidsmachine is. De vraag is bij welke opgaven we die uitvoeringskracht kunnen inzetten, met natuurbehoud, -herstel en -ontwikkeling als hoofdmotief. Dan kom je al snel uit bij water, bodem en agrarische structuurverbetering, terreinen waar de afgelopen jaren weinig vooruitgang is geboekt.”
Zijn er nog voldoende mogelijkheden om de opdracht te volbrengen?
“De oorspronkelijke opgave was ongeveer tienduizend hectare natuur. Daarvan is zo’n zesduizend hectare gerealiseerd. Grondprijzen en inrichtingskosten zijn gestegen, waardoor het budget krapper is geworden. Maar er zijn nog steeds mogelijkheden om grond aan te kopen en te ruilen.
Niet alles is subsidiabel, en dat is soms frustrerend. Maar met ondernemerschap en door opgaven slim te koppelen, denk ik dat er vaak meer mogelijk is dan we soms denken. Niet te veel denken vanuit schaarste, maar zoeken naar kansen en verbindingen. Daar wil ik de komende tijd met het team en onze samenwerkingspartners mee aan de slag.”
De resterende vierduizend hectare zullen niet de makkelijkste zijn.
“Dat hoor ik vaak: het laaghangend fruit is geplukt. Maar omstandigheden veranderen. Wat vijf jaar geleden niet kon, kan nu misschien wel. Bovendien werkt de provincie aan versnellingsdossiers, waarbij een aantal cruciale puzzelstukken op een andere manier worden aangepakt. Dat kan als vliegwiel werken en opnieuw beweging brengen. Ik ben daar hoopvol over.”
‘Mensen kunnen bellen, worden serieus genomen en geholpen. Dat maakt echt het verschil’
Een groot deel van de gerealiseerde natuur is ontwikkeld met particulieren en stichtingen. Heeft je dat verrast?
“Zeker, in positieve zin. Er zijn blijkbaar veel mensen met hart voor natuur die bereid zijn daar ook zelf verantwoordelijkheid voor te nemen. Dat is geen makkelijke weg, zeker niet binnen het Nederlandse regelstelsel.
Wat helpt, is dat ze ondersteund worden door het Groen Ontwikkelfonds. Mensen kunnen bellen, worden serieus genomen en geholpen. Dat maakt echt verschil.”
Zijn er doelgroepen die tot nu toe onderbelicht zijn gebleven?
“Op het snijvlak van natuurontwikkeling en ondernemerschap valt nog veel te verkennen. Bijvoorbeeld in recreatie of andere functies die passen bij het landschap. Niet overal – zeker niet bij kwetsbare natuur – maar op de juiste plekken kan het kansen bieden, ook voor agrariërs die hun bedrijfsvoering moeten aanpassen.”
Je hebt inmiddels kennisgemaakt met het team. Was dat zoals je het je had voorgesteld?
“Ja. Gedreven mensen, sterk betrokken bij de missie, pragmatisch en gericht op uitvoering. Mensen die graag dingen voor elkaar krijgen. Dat herken ik heel erg.”
Tot slot: waar sta je over honderd dagen?
“Dan wil ik scherp hebben waar we staan, waar onze grootste hefboom zit en hoe we onze uitvoeringskracht de komende jaren het beste kunnen inzetten. Ik ben hier om beweging te brengen — in het fonds, in het landelijk gebied en in de opgaven die voor ons liggen.”
⸻
De loopbaan van José van der Plas
José van der Plas heeft een brede achtergrond in ruimtelijke en gebiedsontwikkeling. Voor haar overstap naar Groen Ontwikkelfonds Brabant was zij gebiedsontwikkelaar en lid van het managementteam van BPD Gebiedsontwikkeling regio Zuid. Daarvoor werkte zij ruim twaalf jaar bij de gemeente Eindhoven, onder meer als programmamanager Grond en Ruimtelijke Ontwikkeling en als gebiedsmanager.
Naast haar directeurschap vervult zij diverse toezichthoudende rollen, waaronder voorzitter van de Raad van Commissarissen van Woonstichting Zaam Wonen en lid van de Raad van Toezicht van Next Nature, Atalenta en LSNed Leidingenstraat Nederland.
