Pagina delen
Nieuwe natuur in de klei
Column José van der Plas – Wie aan nieuwe natuur denkt, denkt waarschijnlijk niet meteen aan graafmachines. Toch begon mijn werkbezoek aan de Meanderende Maas in een tijdelijk projectgebouw bij Megen, midden in een gebied waar kranen en rupsvoertuigen op volle kracht draaiden. Daarna reden we door de modder het werkgebied in. Langs dijken in aanleg, afgegraven klei en braakliggende grond. Het beeld schuurt met de voorstelling die veel mensen van natuurontwikkeling hebben. Die denken aan bloemen, vogels en rust. Aan plekken waar de mens zich terugtrekt en de natuur haar gang gaat. In de praktijk begint nieuwe natuur vaak met grondverzet. Bij de Meanderende Maas komt veel samen. De dijk wordt versterkt. De rivier krijgt meer ruimte. Er wordt klei gewonnen voor dijken, bakstenen en dakpannen. En tegelijkertijd ontstaat nieuwe riviernatuur. Geulen, moeras, natte graslanden en leefgebieden voor planten en dieren die van dynamische rivierlandschappen afhankelijk zijn.
Alleen al de naam is mooi: Meanderende Maas. Wat nu opnieuw ruimte krijgt, is deels een beweging die eerder uit het landschap is gehaald. Oude Maasbochten zijn ooit afgesneden en gedempt om de rivier korter en beter beheersbaar te maken. Toen nog met mensen die letterlijk met de schep in de hand het landschap veranderden. Nu staan er kranen en rupsvoertuigen.
Tijdens het werkbezoek grapten we dat Natuurmonumenten hier niet alleen natuur ontwikkelt, maar ook klei levert voor de keramische industrie. Achter die grap zit een serieuze gedachte. De aanleg van nieuwe natuur blijkt soms afhankelijk van zaken die je niet direct met natuur associeert: afzetmarkten, logistiek en de vraag hoeveel klei de markt kan verwerken.
Nieuwe natuur ontstaat niet op een leeg vel
Nieuwe natuur ontstaat niet op een leeg vel. Dat werd verderop in het gebied zichtbaar. Terwijl machines afgraven en dijken worden versterkt, heeft de natuur zich al gemeld. Lepelaars foerageren in het natte struingebied dat nog volop in ontwikkeling is. Bomen staan tijdelijk in bakken. Overdag kunnen ze worden verplaatst zodat het werk door kan gaan. ’s Avonds keren ze terug om vliegroutes van vleermuizen intact te houden.
En dan is er nog de das, die moest verhuizen om de dijkversterking mogelijk te maken. Voor hem is een nieuwe, door mensen gemaakte dassenburcht aangelegd. Een nieuwbouwwoning voor een dier dat zich weinig aantrekt van onze planning.
Zelfs wanneer we nieuwe natuur maken, werken we in een gebied dat al wordt gebruikt door planten, dieren en mensen. De natuur wacht niet tot wij klaar zijn met ontwerpen, vergunnen en uitvoeren.
Dat maakt de Brabantse natuuropgave ingewikkeld. Vrijwel iedere hectare heeft al een bestemming. Er wordt gewoond, geboerd, gewerkt en gerecreëerd. Er liggen kabels, leidingen, wegen, dijken en watergangen. Nieuwe natuur moet haar plek vinden tussen functies die er vaak al generaties lang zijn.
Daarom draait natuurontwikkeling vooral om grond, geld, vergunningen, uitvoering en samenwerking. Om organisaties die soms buiten hun traditionele rol moeten treden. En om het vermogen om kansen te benutten wanneer die zich voordoen.
Dat is misschien minder romantisch dan het beeld van bloemen en vogels. Maar het is wel hoe nieuwe natuur in Brabant verder komt. Niet op een leeg vel, maar tussen alles wat er al is.
Precies daar ligt het werk.