Pagina delen
Boswachter Bart: Nooit meer bos aanplanten zonder eerst rogge te zaaien
Een goedkoop landbouwgewas blijkt een verrassend effectief hulpmiddel bij de aanleg van nieuw bos. Bij het Pompveld in het Land van Heusden en Altena experimenteerde Brabants Landschap met het inzaaien van rogge voordat de bomen werden geplant. Met opvallend resultaat: na een extreem droge zomer sloeg naar schatting 98 procent van de jonge bomen aan. Boswachter Bart Pörtzgen ziet daarin een belangrijke les voor natuurmakers in heel Brabant.
Waarom besloot Brabants Landschap om rogge te zaaien voordat het bos werd aangeplant?
“Daar waren eigenlijk meerdere redenen voor. In eerste instantie wilden we voorkomen dat we overal rasters moesten plaatsen om reeën uit het nieuwe bos te houden, er zit namelijk een grote populatie reeën in het Pompveld. Dat is duur, ziet er niet mooi uit en levert ook ecologische nadelen op. Door rogge te zaaien geef je reeën een aantrekkelijk alternatief. Ze eten liever de rogge dan de jonge boompjes.
Daarnaast heeft rogge een heel diep wortelstelsel. Op onze kleigrond helpt dat om de bodem open te maken, waardoor de wortels van de bomen makkelijker de grond in kunnen groeien. En tenslotte helpt de rogge om ongewenste begroeiing te onderdrukken, zodat jonge bomen niet worden overwoekerd door hogere kruiden en grassen.”
Werkt deze aanpak alleen op kleigrond?
“Nee, zeker niet. Op kleigrond zien we duidelijke voordelen, maar ook op zandgronden kan het interessant zijn. Daar moeten bomen juist snel diep wortelen om water te bereiken. Dat diepe wortelstelsel van rogge kan ook daar helpen.”
Zijn er alternatieven voor rogge?
“Er worden op andere plekken ook mengsels gebruikt, bijvoorbeeld met rode klaver. Maar wij hebben hier bewust voor rogge gekozen vanwege die sterke, diepe beworteling. Op onze kleigrond zijn voldoende voedingsstoffen aanwezig, waardoor extra stikstofbinding niet nodig was. Op armere zandgronden kan een mengsel met klaver juist weer voordelen hebben.”
Wanneer wist je dat het experiment geslaagd was?
“Vorig jaar kregen we te maken met een uitzonderlijk droge zomer. Dat was meteen een goede test. Toen zagen we al dat de boompjes het opvallend goed deden. Nu, een jaar later, schat ik dat ongeveer 98 procent van de aanplant is aangeslagen. Vrijwel alle bomen zijn groen en groeien goed door.
Dat is echt bijzonder. Ook in gunstige jaren zie je zulke percentages zelden.”
Hoe bijzonder is dat resultaat?
“Bij bosaanplant zijn we gewend dat een deel van de bomen uitvalt. Soms moet je zelfs grote delen opnieuw aanplanten. We hebben projecten gehad waarbij bijna alles herplant moest worden of waar slechts de helft van de bomen aansloeg.
Dat hoort ergens ook bij de risico’s van droge jaren. Maar wat we hier zien, steekt daar duidelijk bovenuit.”
Is de methode duur?
“Nee, juist niet. Dat maakt het zo interessant. Het inzaaien van rogge kost relatief weinig, zeker als je het op grotere schaal doet. Tegelijkertijd kun je dure rasters vermijden en voorkom je mogelijk hoge kosten voor herplant.”
Welke les kunnen andere natuurmakers hiervan leren?
“Voor mij is vooral duidelijk geworden dat je met een eenvoudige maatregel veel problemen kunt voorkomen. Ik zie op andere plekken vaak hoge hekken rond nieuwe bosaanplant verschijnen om vraatschade door reeën tegen te gaan.
Hier liepen de reeën gewoon tussen de bomen. Ze hebben er de hele winter gezeten, maar aten vooral de rogge. Daardoor konden we zonder rasters werken. Dat maakt deze aanpak laagdrempelig, betaalbaar en eenvoudig toepasbaar.”
Zou je deze methode willen aanbevelen voor andere nieuwe natuurmakers?
“Absoluut. Voor mij is dit inmiddels standaard geworden. Als ik een nieuw bos aanleg, wil ik eerst in september rogge zaaien en daarna in de winter de bomen planten. Ik zou daar niet meer over twijfelen.”
De ervaringen van Brabants Landschap laten zien dat een simpele oplossing soms heel effectief kan zijn. Het inzaaien van rogge kan voor natuurmakers die werken aan nieuw bos in Brabant wel eens het verschil maken.